Logo Vereniging van Vrienden van Modern Glas
                   
Home Over ons Nieuws Agenda Fjoezzz Activiteiten Aanmelden Contact Links Nationaal Glasmuseum
       
  Atelierbezoeken
   
    Archief atelierbezoeken
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
     
 
 

 

Verslag atelierbezoek aan BEVO
 
Met pijn in het hart hebben Willem van Oijen en Rachel Daeng Ngalle van Bevo Glasatelier hun oude, vertrouwde pand aan de Wenckebachweg te Amsterdam moeten verlaten. De vader van Willem, Willem sr., heeft het bedrijf er in 1958 opgericht. Zeventien jaar zaten ze er op de wip. Het terrein moest gerenoveerd worden en na vele jaren van onzekerheid werd het in 2012 definitief. Na een omzwerving in Drente zijn ze weer terug in Amsterdam of eigenlijk Diemen. Het nieuwe atelier is half zo groot als het oude, hetgeen betekende dat: “er flink opgeruimd en weggedaan moest worden of er een goed huis voor zoeken. Soms zeg ik, oh dat heb ik nog, om me even later te realiseren dat het niet zo is”, aldus Willem. Rachel vult aan: “Voordeel is dat we niet meer, zoals aan de Wenckebachweg soms tot onze enkels in het water stonden. We hadden laarzen klaar staan bij de ingang”. Een ander voordeel is dat ze nu, door de vele lichtkoepels, een mooie, lichte ruimte hebben. Bevo is, naast diverse andere technieken, gespecialiseerd op het gebied van met name zandstralen, fusen en  glasappliqué, maar ook in het gecombineerd toepassen van diverse technieken.Glasappliqué maakt groter werken mogelijk. Willem gebruikt het liefst hard glas als basispaneel. Hard glas kan namelijk de stress over het hele plaat verdelen. Zijn vader is er mee begonnen en Willem ging er mee door. Het aantal opdrachten voor grote ramen, deuren of wanden loopt wat terug. Concurrent is de fotoprint, die erg in opkomst is. Ze hebben daarom het zeefdrukken weer voorzichtig opgepakt. Willem en Rachel werken veelal samen bij de opdrachten, maar maken elk ook autonome werken. Zandstralen is echt de techniek van Willem. Hij zoekt daarbij de grenzen op: “Hoe dun kun je werken, hoe ver kun je gaan. Ik bouw het langzaam op, of eigenlijk straal ik het eraf”.
Inspiratie vindt hij bij: “Oude culturen, Kelten en Vikingen, maar ook de Indianen, met name die van de kust van West-Canada en Alaska”. Vroeger, als kind, ging hij geregeld naar het Tropenmuseum of het Volkenkundigmuseum in Leiden. Belangrijk voor hem is het gevoel te kunnen overbrengen, vormgeven van gedachten, van wat de Indianen is overkomen. Niet alleen de Indianen, maar ook bv de Aboriginals in Australië. Rachel werkt het liefst met Bullseye glas: ”Het is mooi, helder en transparant glas en heeft een breed kleurenpalet”. In haar vrolijke `plastieken’ gebruikt ze de fuse-techniek en worden met name primaire kleuren gebruikt. Als onderwerp heeft ze inspiratie opgedaan in het Central Park te New York waar een carrousel draaide: “De wipkip in primaire kleuren. Ik toon een kinderlijke, vrolijke wereld”. De laatste jaren is Rachel een andere weg ingeslagen. Minder fusen en glasblazen. Ze maakt nu gebruik van de verloren wasmethode. “Eerst lekker de was kneden met je handen. Lekker je handen gebruiken, voelen wat je doet, dat is primair voor mij.”. Ze is nu meer driedimensionaal bezig, diepte toevoegen aan de vorm en daar gaat ze voorlopig mee verder. Er is nog genoeg te ontdekken
Renée Jansen-Schulz